Heel Frankrijk in kaart

Collectie
Gepubliceerd
Tijdschrift

De kaartencollectie van het KNAG in het Allard Pierson bevat een stapel van maar liefst 273 forse kaartbladen van Frankrijk, de carte d’état major. Napoleon gaf in 1808 de aanzet, maar de serie werd pas gecompleteerd in 1879. Het ambitieuze project paste helemaal in de geest van het opkomend nationalisme en staatsvorming van die eeuw.

De kaarten zijn op een schaal van 1:80.000 en gedrukt op zwaar papier in groot formaat (65 x 86 cm). Hoewel ze alleen met zwarte inkt gedrukt zijn, is door arceringen in ets- en graveertechniek een visueel aantrekkelijk kaartbeeld ontstaan. In Frankrijk is deze kaartenserie bekend als de carte d’état major, geproduceerd door het Ministère de la Guerre (het Franse ministerie van oorlog) tijdens een groot deel van de 19e eeuw. In het Tijdschrift van het KNAG staat dat op de vijfde algemene vergadering in 1874 een woord van dank is uitgesproken voor de overdracht van de kaarten door ‘Z.E. den Minister van Binnenlandsche Zaken’. Dat kan betekenen dat het een diplomatiek geschenk betrof.

De productie en publicatie van de carte d’état major zijn interessant, want het ging om een ambitieus project, waarbij volop gebruik werd gemaakt van technische innovaties, maar tal van problemen ook leidden ook tot ernstige vertragingen.

Opdracht Napoleon

Het is Napoleon Bonaparte die in februari 1808 de opdracht geeft voor een nieuwe kaart van Frankrijk, omdat de bestaande Cassini-kaart (1744-1793) verouderd is en niet altijd even nauwkeurig. Bovendien zijn de koperplaten versleten. Door diverse oorlogen en de verbanning van Napoleon gaat het project pas in 1817 daadwerkelijk van start. Besloten wordt het Franse grondgebied helemaal opnieuw te bepalen door driehoeksmetingen, uitgaand van de meridiaan van Parijs en op basis van maar liefst 37.000 meetpunten. De ingenieurs gebruiken daarvoor een zojuist ontwikkeld, nauwkeurig meetinstrument, de repetitiecirkel van Jean-Charles de Borda. Daarmee kunnen ze ook hoogteverschillen vaststellen. De onderzoekers kunnen maar acht maanden per jaar metingen verrichten, soms onder moeilijke omstandigheden vanwege het terrein. Mede hierdoor ronden de ingenieurs hun werk pas in 1866 af. Op sommige plekken in Frankrijk zijn nog sporen van hun activiteiten te vinden, zoals het bouwwerk op de Pic Cassini (1681 m) van de Mont Lozère in de Cevennen. Dit meetpunt is eerder al gebruikt voor de Cassini-kaart van Frankrijk, maar daarna dus ook voor de carte d’état major. Het punt wordt benoemd op de nieuwe kaart van dit gebied.

De getekende kaarten worden overgebracht op koperplaten van 50 bij 80 centimeter, die ieder een gebied van 40 bij 64 kilometer voorstellen. Bovenaan ieder blad staat een nummer met de naam van belangrijkste stad in het afgebeelde gebied. Het titelblad en de eerste kaarten van Noord-Frankrijk worden gepubliceerd in 1832 en men eindigt in 1879 met het noordelijk gedeelte van Corsica bij de stad Bastia. Hoogteverschillen in het terrein worden zichtbaar gemaakt door gebruik van diverse soorten arceringen. Dit werkt goed voor heuvels en gebergtes, maar dezelfde techniek wordt ook gebruikt voor dieper gelegen gebieden, zoals de Gorges du Tarn (kaart), wat de kaartlezer op het verkeerde been kan zetten.

Een project van deze omvang en looptijd brengt ook een groot aantal problemen met zich mee, variërend van geruzie tussen het Ministère de la Guerre en andere overheidsinstellingen, tot snelle veranderingen in infrastructuur (vooral de aanleg van spoorwegen) en nieuwe bebouwing vanwege de industrialisatie. De kaarten moeten daardoor voortdurend herzien worden.

Gorge du Tarn met negatieve schaduwwerking, waardoor diepte (de insnijding van de rivier) lastig te onderscheiden is van hoogte (heuvels en bergen).

Nationalisme en staatsvorming

Dit ambitieuze project om het hele continentale grondgebied van Frankrijk nauwgezet op te meten en in kaart te brengen, past helemaal in de geest van het opkomende nationalisme en staatsvorming in de 19e eeuw. Vrijwel alle Europese landen streven er dan naar een sterke nationale identiteit te ontwikkelen. Cartografie is daarbij een belangrijk instrument, zeker voor de geografische en culturele afbakening van het eigen, nationale grondgebied ten opzichte van het ‘andere’. Zo worden op de carte d’état major de gebieden direct buiten de staatsgrenzen alleen summier afgebeeld en laten de Franse ingenieurs deze bij hun metingen links liggen.

Het nauwkeurig in kaart brengen van de natiestaat dient ook de uitoefening van politieke en bestuurlijke macht in het eigen territorium. Daarnaast worden kaarten in het onderwijs gebruikt om leerlingen te laten zien van welke natiestaat zij deel uitmaken. Voor Frankrijk is dit een urgente kwestie, want in deze periode moet het land zichzelf meermaals opnieuw uitvinden, afwisselend als republiek en monarchie. Bovendien heeft Frankrijk nieuwe gebieden ingelijfd. Die bewoners moeten zich deel van de Franse natie gaan voelen: Corsica (1770), Savoye (1860) en het graafschap Nice (1860). Omgekeerd zijn de Moezel, de Elzas en een deel van Lotharingen vanaf 1871 onderdeel van het Duitse grondgebied, maar de carte d’état major blijft vasthouden aan de traditionele grens langs de Rijn. 

Innovaties

De carte d’état major van Frankrijk wordt enorm vaak herdrukt en dat gedurende een lange periode. Omdat de koperplaten maar zo’n drieduizend keer kunnen worden gebruikt, worden er technische innovaties toegepast, zoals het mechanisch dupliceren van koperplaten en deze voorzien van een laagje staal. Verder worden er vanaf 1872 kaarten gedrukt met lithografie (steendruk) op veel dunner papier en vanaf 1889 verschijnen dit soort kaarten in kleiner formaat, door de oorspronkelijke kaarten in vieren te delen. Deze zijn te herkennen aan de vermelding ‘Type 1889’.

Zelfs in de 20e eeuw, tot 1958, wordt er voor kaarten van Frankrijk nog gebruik gemaakt van de carte d’état major door het Ministère de la Guerre. Vandaar misschien dat de kritische Franse sociaal geograaf Yves Lacoste in 1976 verzucht: ‘De geografie staat vooral in dienst van de oorlogsvoering.’

Omdat de carte d’état major in grote aantallen is gedrukt, zijn er nog steeds veel exemplaren van in omloop. De originele kaarten gedrukt vanaf koperplaat worden op internet te koop aangeboden voor zo’n 100 tot 150 euro per stuk. De kaarten in steendruk en van Type 1889 kosten nog minder. Dus het is altijd leuk zo’n kaart met een bijzonder verhaal aan te schaffen van je favoriete vakantiegebied in Frankrijk.

Een montage van heel Frankrijk in verschillende versies van de carte d’état major is te raadplegen via tinyurl.com/carte-de-letat-major-1820-1866.

BRONNEN