Nagekomen Bakkeriana: bauxiet en silicaplaatjes
Na mijn artikel ‘Professor Jan Pieter Bakker in Suriname’ in Geografie december 2017 ben ik nog een paar zaken op het spoor gekomen die iets meer licht doen schijnen op een aantal van zijn ontdekkingen.
Tijdens de Natuurwetenschappelijke expeditie 1948-1949 werd het Nassaugebergte beklommen, waar Bakker hoogwaardige bauxiet ontdekte. Die vondst staat gerapporteerd in het artikel ‘Indrukken van de Natuurwetenschappelijke Expeditie naar Suriname 1948-’49’ van Bakker en Lanjouw in het Tijdschrift van het KNAG uit 1949. De beschreven chemische analyse zou later leiden tot uitgebreide bauxietexploratie. Maar waar die analyse vandaan komt, vertelt Bakker niet.
In het archief van de Geologisch Mijnbouwkundige Dienst (GMD) van Suriname blijkt een rapport van zijn hand te liggen uit 1951, waarin Bakker zijn vondst nader toelicht. Het heet De witte bauxiet op de zuidelijke plateaus van het Nassaugebergte (Suriname). Dit geschrift komt in geen van zijn publicatielijsten voor. Het is dan ook enkel een doorslag van een rapport van zes pagina’s voor de GMD, dat nooit werd gepubliceerd. Er hoort ook een schetskaart van de expeditie bij, met de gelopen route en de monsterpunten. Die had ik nog niet eerder gezien. Het rapport beschrijft dat tijdens de expeditie, op 17 maart 1949, bauxietgeoloog dr. D.R. (Rob) de Vletter van Billiton langskomt, mogelijk via de radio geattendeerd op de vondst. De Vletter vindt ook zelf witte bauxiet en laat de monsters analyseren – inderdaad hoogstwaarschijnlijk door Billiton. Het wekt bevreemding dat Bakker in zijn artikel met Lanjouw noch De Vletter noch Billiton noemt.
Silica
Een tweede mysterie is dat van de silicaplaatjes die Bakker op de Voltzberg vond in zijn geliefde oriçangas of kociołki, kleine ronde holtes in het kale granietoppervlak van de berg. Die plaatjes zouden het gevolg zijn van de neerslag van silica uit het water in de holtes, dat door fotosynthese van blauwalgen een hoge pH-waarde had gekregen. Ik ben sindsdien zelf op de Voltzberg geweest en heb geen silicaplaatjes gevonden. Wel zitten er in het gruis in die ‘water-ogen’ veelvuldig vierkante splijtstukjes van de kaliveldspaatmegakristen die uit de graniet zijn uitverweerd. Bakker zal die stukjes veldspaat toch niet voor silica hebben aangezien? Ik blijf me verbazen over die man.