Translanguaging in de aardrijkskundeles

Collectie
Locatie
Auteur
Gepubliceerd
Tijdschrift

Aardrijkskunde is een talig vak. Wil je geografisch leren denken, dan moet je de taal voldoende beheersen om je gedachten onder woorden te brengen. Taalzwakke leerlingen hebben daarom extra taalsteun nodig. Dat geldt ook voor leerlingen die buiten school helemaal geen Nederlands gebruiken.

In Nederland spreken leerlingen met een migratieachtergrond thuis veelal de moedertaal van de ouders, onder vrienden een straattaal en op school een meer formele vorm van Nederlands. Op de Nederlands-Caribische eilanden is Nederlands nóg meer een ‘vreemde taal’. In het dagelijks leven wordt vaak Papiaments (Aruba, Bonaire, Curaçao) of Engels (Saba, Sint Eustatius, Sint Maarten) gesproken, terwijl op school de examentaal tamelijk formeel Nederlands is. Daarbij brengen migranten weer andere talen mee, vooral Spaans, en Engels op de Papiamentssprekende eilanden.

Gebrekkige taalvaardigheid beïnvloedt de onderwijsloopbaan van leerlingen en kan hun doorstroom naar hogere onderwijsniveaus beperken. Maar als je goed naar deze jongeren luistert, valt op dat zij wel bijzonder lenig zijn in hun taalgebruik. Ze wisselen zonder problemen meerdere keren van taal binnen één zin. Deze translanguaging kan een ingang zijn om extra ondersteuning te bieden in de aardrijkskundeles.

Het hele artikel lezen?
Word lid en ontdek Geografie.nl zonder grenzen
  • Krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen op geografie.nl
  • Ontvang 9 keer per jaar het tijdschrift Geografie
  • Profiteer van exclusieve kortingen op boeken, publicaties en KNAG-activiteiten.
  • Blijf op de hoogte én in contact met vakgenoten!